| Beknopte geschiedenis van Reeuwijk en Driebruggen |
![]() De huidige gemeente Reeuwijk bestaat uit verschillende oude ambachtsheerlijkheden en gemeenten. In 1855 werd de oorspronkelijke kleine agrarische gemeente Reeuwijk uitgebreid met de gemeente Middelburg (Z.H.) en in 1857 met Oukoop, waarna in 1870 ook de gemeenten Sluipwijk en het grootste gedeelte van de gemeente Stein c.a.. erbij werden gevoegd. Ten oosten van dit gebied vond in 1964 een herindeling plaats. De gemeenten Lange Ruige Weide, Papekop, Hekendorp en Waarder vormden samen een nieuwe gemeente Driebruggen, die per 1 januari 1989 al weer werd opgeheven: de kernen Waarder en Driebruggen werden grotendeels bij Reeuwijk gevoegd, terwijl Hekendorp en Papekop overgingen naar de gemeente Oudewater. Het merendeel van deze gebieden had en heeft een agrarische structuur. Uitzondering hierop vormt het gebied rond Sluipwijk. Daar heeft in de 17e tot 19e eeuw een intensieve vervening plaatsgevonden, waarbij landbouwgrond omgezet werd in turf. Dit had tot gevolg, dat aan het eind van de 19e eeuw de meeste inwoners, op een paar rijke veenbazen na, straatarm waren en dat er een aantal plassen was ontstaan, die in de eerste helft van de 20e eeuw een recreatieve functie kregen en nu nog altijd hebben. De naam Reeuwijk wordt voor het eerst vermeld in 1248, als een landmeter van de graaf van Holland de grens vastlegt tussen de gebieden Middelburg en Voshol. Het oude dorp Reeuwijk is een van de vele middeleeuwse ontginningen in het oosten van Holland. Al vrij snel, in de 17e eeuw, verplaatste de administratieve kern van Reeuwijk zich naar het gebied langs de Breevaart naar Gouda, waar de kern Reeuwijk-brug ontstond; de kerken bleven echter in Reeuwijk-dorp. Waarder en Driebruggen zijn aanzienlijk ouder dan Reeuwijk en Sluipwijk. Waarder werd al rond 1100 in ontginning uitgegeven door de graaf van Holland, terwijl Driebruggen (vroeger Lange Ruige Weide en nog eerder Custwijc geheten) door pachters van de bisschop van Utrecht in cultuur werd gebracht. Lange Ruige Weide, het naburige Oukoop en Papekop behoorden tot 1820 dan ook tot de provincie Utrecht. Grote gebeurtenissen hebben in Reeuwijk en Driebruggen in het verleden niet plaatsgehad; de geschiedenis van de dorpen wijkt nauwelijks af van veel andere plattelandsgemeenten. Alleen Hekendorp heeft zich een bescheiden plaats in de vaderlandse geschiedenis verworven. Bij Goejanverwellesluis, de kern van deze gemeente, werd in 1787 prinses Wilhelmina van Pruisen tijdelijk in arrest gehouden: de befaamde 'aanhouding bij Goejanverwellesluis' vond in werkelijkheid echter in de nabijheid van Haastrecht plaats. |
| Volgende > |
|---|

