Bodegraven: het gemeentewapen

           

Van lazuur, beladen met twee spaden geplaatst en sautoir, in het midden een hoed, alles van goud.

Bevestigd bij Besluit Hoge Raad van Adel van 24 juli 1816.

Het gemeentewapen van Bodegraven is een zogenaamd "sprekend wapen": de naam van de gemeente is in het wapen tot uitdrukking gekomen. Volgens de overlevering zou er ooit een bode van de Franse koning in Bodegraven zijn overleden en begraven. De hoed in het wapen verwijst naar de bode, de spaden vanzelfsprekend naar het begraven. Met dit verhaal werd zowel de naam als het wapen van Bodegraven verklaard. Het verhaal uit de overlevering dient echter met een stevige korrel zout worden genomen.

De oudste afbeelding van het wapen dateert uit 1675 en bevindt zich in het houtsnijwerk van de kansel van de hervormde kerk in Bodegraven. Het dorpsbestuur maakte vanaf 1783 gebruik van een zegel met daarop het huidige wapen, waarbij het uiterlijk van de hoed (van de bode) kon verschillen en naar het heersende modebeeld was uitgebeeld. Over de kleuren gaven de beschikbare afbeeldingen geen uitsluitsel. Dit kwam vaker voor. De Hoge Raad voorzag hierin door te bepalen dat alle wapens waarvan de kleuren niet bekend waren, dezelfde kleuren zouden krijgen als het toen nog nieuwe rijkswapen. Ook Bodegraven kreeg dus een blauw veld met figuren, ofwel de hoed en de twee spaden, van goud.

Opgemerkt wordt nog dat de wapenbeschrijving de kroon en twee lauwerstokken niet noemt.

Literatuur:

  • N. Plomp, Het wapen van Bodegraven. (artikel in documentatie SA Rijnstreek)
                      
 
< Vorige   Volgende >